De zeldzame halfedelsteen Lapis Lazuli (het natuurlijke ultramarijn blauw) was lange tijd het enige beschikbare puur blauwe pigment. Het was zo kostbaar dat het alleen in schilderijen werd gebruikt voor o.a. de mantel van Maria. Toen men er in het begin van de 19e eeuw in slaagde om dit blauw synthetisch te vervaardigen nam het gebruik van deze kleur een grote vlucht. Omdat het synthetische ultramarijn aangetast wordt door zuren in onze atmosfeer gebruikt Ottosson een ultramarijn dat is voorzien van een coating dat het pigment hiertegen beschermt.
In de 19e eeuw werden ook de pigmenten Cobaltblauw en pruisisch of Parijs' blauw ontwikkeld. Het kostbare cobaltblauw is het enige lichtechte en weersbestendige blauwe pigment maar wordt door zijn hoge prijs zelden op gevels maar hoofdzakelijk op ramen en deuren gebruikt.